onderzoeken

Archeologisch onderzoek Boxtel


Notitie
auteur
Rebergen/ Hissel
periode
IJzertijd, Romeinse tijd, Late ME, Nieuwe tijd
jaar uitvoering
2008
plaats
Boxtel

samenvatting

 

algemeen

Enige jaren geleden is begonnen met de bouw van de woonwijk In Goede Aarde in de gemeente Boxtel. Op enkele plaatsen in deze wijk worden nog kavels uitgegeven voor nieuwbouwwoningen en worden nog ecologische verbindingen met waterpartijen en moerasgedeelten aangelegd. Door deze plannen zal op korte termijn de bodem op bepaalde delen van het terrein verstoord worden en hiermee zullen ook mogelijk aanwezige archeologische waarden verloren gaan. Naar aanleiding hiervan heeft de gemeente Boxtel het AAC/Projectenbureau van de Universiteit van Amsterdam opdracht gegeven archeologisch onderzoek uit te voeren. Dit onderzoek heeft plaatsgevonden van 29 oktober tot en met 13 november 2007.

 

     doelstelling

Het onderzoek is gebaseerd op het selectieadvies van de provincie Noord-Brabant aan de gemeente Boxtel. Dit advies volgt ten dele het advies van BAAC b.v, naar aanleiding van het door hun uitgevoerde bureau- en booronderzoek in oktober 2006. Het terrein ligt in een gebied met een hoge archeologische verwachting. De doelstelling van het archeologisch onderzoek is de inventarisatie van de eventueel aanwezige archeologische waarden. In dit kader richtte het onderzoek zich op de bepaling van de aard, ouderdom, gaafheid, conservering en omvang, zodat een adequate waardering en advies van de mogelijk aanwezige archeologische vindplaatsen kan worden opgesteld.

 

werkwijze

Het puttenplan was reeds in het PvE vastgelegd en kende een onderverdeling in twee fasen. Allereerst dienden de gebieden met een hoge verwachting onderzocht te worden. Alleen bij het aantreffen van archeologische waarden zou overgegaan moeten worden tot een tweede fase, die in de meeste gevallen een uitbreiding van de proefsleuf betrof, richting het gebied met een lagere verwachting.

Bij aanvang van het onderzoek is tevens besloten tot een derde fase, waarbij, bij de aanwezigheid van waardevolle archeologische waarden, de betreffende deellocatie direct verder archeologisch onderzocht zou worden, inclusief de sleuven van de tweede fase.

Het onderzoeksterrein was bij de start van het onderzoek opgedeeld in zeven deellocaties. Twee deellocaties waren ontoegankelijk en konden derhalve niet onderzocht worden. Op de overige vijf gebieden, waar eveneens delen nog ontoegankelijk waren, is 1924 m2 archeologisch leesbaar vlak aangelegd.

 

      resultaten

Met het onderzoek zijn vijf vindplaatsen aangetroffen:

1     Een laat-middeleeuws bewoningscomplex van aanzienlijke welvaart, met bebouwing en mogelijke erfindelingselementen en/of perceelsgrenzen, op deellocatie 1;

2     Een vroeg-nieuwtijds ontginningscomplex in de vorm van ontginningsgreppels, op deellocatie 2a;

3     Een nederzettingscomplex uit de (IJzertijd/)Romeinse tijd, met sporen van een huisplattegrond (van het Alphen-Ekerentype) , mogelijk een waterput, een deel van een ijzertijdstructuur en een brede greppel, die mogelijk als grens van de nederzetting heeft gefungeerd, op zowel deellocatie 2b als 3;

4     Een bewoningscomplex uit de Volle-Middeleeuwen, met sporen van een 12e-eeuwse waterput en diverse greppels, op deellocatie 3;

5     Een nieuwtijds (B of C) sporencomplex met greppels en sloten van diverse landbouwactiviteiten, op deellocatie 5.

 

archeologische monumentenzorg

Vindplaats 1 is in principe behoudenswaardig; plattelandsbewoning uit de Late-Middeleeuwen en Vroeg-Nieuwe tijd zijn vooralsnog nauwelijks onderzocht en bovendien getuigt het samenstel van vondsten en sporen van een aanzienlijke welvaart, iets wat de vindplaats ook bijzonder en zeldzaam maakt. De informatiewaarde is derhalve per definitie hoog. De ruimtelijke gaafheid is evenwel zo beperkt dat alle te verkrijgen informatie met de proefsleuf reeds verzameld is. Er zijn geen mogelijkheden om de vindplaats verder te onderzoeken.

Vindplaats 2 is op zich behoudenswaardig, maar omdat de omvang en onderzoeksmogelijkheden beperkt zijn, wordt niet geadviseerd deze vindplaats te behouden. De sporendataset is beperkt en de vondstdichtheid vrijwel nihil. het complex is met de twee aangelegde proefsleuven afdoende onderzocht.

Met betrekking tot de vindplaatsen 3 en 4 is aan de gemeente Boxtel geadviseerd deze vooralsnog te behouden. Ten tijde van het proefsleuvenonderzoek waren delen van het terrein niet toegankelijk door de aanwezigheid van een groot gronddepot en een aantal omgehakte bomen. Tevens ligt op geringe afstand van het onderzoeksterrein het terrein ‘De Hoeve’, een bouwlocatie van BAM Vastgoed BV, waar binnen afzienbare tijd ook begonnen zal worden met bouwwerkzaamheden. Om een goed gefundeerd advies te kunnen geven met betrekking tot deze vindplaatsen is het noodzakelijk dat eerst het proefsleuvenonderzoek wordt afgerond. Wanneer de resterende sleuven op deellocatie 3 worden aangelegd, evenals de sleuven op deellocatie 6 en het tussenliggende BAM-terrein De Hoeve, dan kan de vindplaats in ruimtelijke zin (omvang en begrenzing) beter in kaart gebracht worden. Op basis hiervan kan een definitief advies gegeven worden met betrekking tot maatregelen voor een optimaal behoud van de beide vindplaatsen.

Vindplaats 5 is niet behoudenswaardig; plattelandsgebruik uit de (Vroeg)-Nieuwe tijd is vooralsnog nauwelijks onderzocht, maar de vele recente verstoringen maken de vindplaats niet onderzoekswaardig en bovendien staat het niet op de onderzoeksagenda.